03 november 2020

EL7

Grenzeloos is mijn geest,
die zich verruimt
en alles kan zien.
Nu ben ik niet meer bang.
Het water dat ik in mijn hand hield
loopt weg door mijn vingers,
die het niet vast kunnen houden.
En druppel voor druppel
wordt het een met de stroom
van de zilveren beek,
die stroomt en snel voortvloeit
om in de verre verte in de oceaan
zonder grenzen te stromen.
En daar vertrouw ik me aan toe.

Het gevoel van bezit geldt niet slechts materiele goederen, in tegendeel, deze zijn waarschijnlijk alleen het oppervlakkige aspect. In de angst om te verliezen ligt opnieuw de oeroude pijn over het gescheiden worden van het Licht; de keuze van de mensen, die zich met de vergankelijke macht van het ego hebben geidentificeerd.
Mogelijk is het merkwaardige gevoel van misselijkheid, dat vaak voorkomt, terug te voeren op iets dat je binnen houdt en er niet uit wilt laten. Iets wat je heel lang genegeerd hebt, en dat nu zijn kans opeist. Open daarom nu je handen en laat alles los. Want in werkelijkheid houdt alles wat jij vasthoudt jou vast.

Het water dat over de stenen van de beek stroomt is een symbool van het leven, en alles wat haar aanraakt, van de zon tot de wind en de kleine schepselen, brengt een inzicht met zich mee. De stenen nemen dat op, terwijl ze luisteren en leren en laten dan het water zijn loop vervolgen en de waarheid naar duizenden andere stenen brengen, die daarop liggen te wachten in de stroom.