17 oktober 2020

EL4

Laat je gaan in het laatste daglicht.
Laat je ziel zich dronken drinken
aan de roodgouden hemel.
Laat haar los, vrij en gelukkig,
tot het violet aan de horizon
vredige landschappen creeert.
Laat haar gaan,
terwijl je hart voor even
de verloren herinnering hervindt
en in melancholie versmelt.
Probeer in de schemering niet de treurigheid te zien van een dag die voorbijgaat, want deze dag is in zijn gehele volheid beleefd. Zie in zijn korte verschijning veeleer een ogenblik vol glans, een magische poort, die zich enkele onherhaalbare ogenblikken afstemt op het oneindige, en werelden van onmetelijke schoonheid opent.

Zie bovendien de blije dans, die verrukt de nacht ontvangt en begroet, die nu begint. Het is een ogenblik van dankzegging en het gebed van inkeer in de rust, die de nacht zo lieflijk brengt.

Misschien is dat het, wat de spreeuwen doen – zij zingen de “Ode aan het leven”.