15 oktober 2020

vo43

Overgang. Een rustperiode
tussen belangrijke gebeurtenissen, een tijd waarin actie niet
zichtbaar is. Geef je over aan onvermijdelijke omstandigheden;
in / vrijwillige opoffering; afdalen naar de diepten van het zelf;
veranderde percepties door dingen te onderzoeken vanuit een
(ondersteboven) gezichtspunt. Kan ook verveling aangeven,
stagnatie, ongeduld, ambivalentie of besluiteloosheid.