28 oktober 2020

EL30

Neem een slokje uit de beker die ik je aanreik.
Die bevat de nectar van de vreugde,
die zielen verenigt in een dialoog van de liefde.
Geen enkel slokje daarvan
mag zonder reden vergoten worden,
want deze drank bezegelt het verbond van eenheid,
de eeuwige vriendschap met het leven.

 

Lijden betekent afgescheiden zijn. Het is de enige eenzaamheid, waarin wij soms vrijwillig in vluchten, zolang we het kunne uithouden. En zolang we in de afscheiding volharden, zal er geen troost voor ons zijn. Met een beetje wilsinspanning kunnen we ons echter losmaken van de valse waarneming, die ons verdriet ons voorspiegelt. Dan kunnen wij in de stilte van ons hart om hulp vragen.

In de natuur komen onvoorstelbare energieen en krachten voor. Als we ze goed observeren, en afstand nemen van de onverschilligheid waarmee de mensen er gewoonlijk naar kijken, dan zullen we ontdekken dat God in dit rijk alle antwoorden op onze vragen heeft neergelegd.

Alles in de natuur spreekt van eenheid, betrokkenheid, evenwicht, deelname en uitwisseling, van continuiteit, transformatie, voeding en genezing. De schepselen van deze wereld, die ons vaak zo ver weg lijken, zouden onze metgezellen kunnen worden op de weg die wij gaan.

Zij zouden de antwoorden kunnen geven op onze roep om hulp. Want zij kunnen de verbinding openhouden die er tussen ons is ontstaan, en die het ons mogelijk maakt de stille dialoog voort te zetten. Voor het ogenblik is het genoeg om te ‘voelen’, en weer te weten, dat de vreugde die de spirituele dialoog met de natuur ons weer gegeven heeft, heel gewoon is. Het is net een wonder, Vaak hebben klein tovermomenten grote wonderen tot gevolg.