16 november 2020

EL21

Ik zou je het glimlachen willen leren, dat je nog niet kent.
Gedachten die diep in het hart verscholen liggen,
die het nog niet wagen tevoorschijn te komen,
daar die uit de grond van de ziel tot je spreken.
Zij maken gebruik van een spiraal, een scheurtje in de sluier.
Ragfijn, als draden die zon en maan, zee en hemel verbindt.
Ik zou willen dat je het stemmetje kon horen, dat jouw naam fluistert.
En het uitgestrooide zaad wacht.
Het verspreidt de geur van bloemen, en fluistert in je oor, bereid zich voor
je openen in de fantastische rijkdom van zijn toekomst.
Ook bereid om in jouw prachtige kleuren te schilderen,
en daaruit heerlijke muziek te componeren en
deze voor jou tot een geschenk te maken,
terwijl jij toehoort, zingt en danst.
Bereid om dit alles te schenken, je zekerheid te geven,
je te zeggen dat het geen
zin heeft ergens anders te zoeken, dat het in jouzelf ligt en wacht.

Sommige mensen verschuilen zich in de menigte. Zij zwijgen, wagen het niet tevoorschijn te komen, omdat zij denken dat ze niet goed genoeg zijn of minder waard dan andere mensen. En zij minachten zichzelf en lachen zichzelf uit. wanneer zij op die manier hun eigen natuur beledigen, beschimpen zij in werkelijkheid datgene wat het hoogste Wezen in hen heeft geschonken, een vonk van zijn eigen lichaam, zijn eigen substantie.

En deze unieke, individuele vonk heeft Hij in liefde, uit het diepst van zijn hart, jou geschonken. Als je soms eens denkt dat je niets waard bent, ga dan in jezelf op zoek naar dat kleine zaadje van Licht, dat trillend jouw naam fluistert, en geef dat jouw liefde.